Hieronder geven we je heel kort een aantal
stappen om je teksten en plaatjes met de computer te verwerken en vorm
te geven. Meestal begin je eerst met tikken en ga je daarna pas jezelf
druk maken over de vormgeving of opmaak, maar in dit geval willen we je
aanraden om meteen ook gebruik te maken van opmaakprofielen. Waarom?
Aangezien jouw werkstuk vast heel lang wordt, of vol komt met plaatjes,
is het straks heel lastig om alsmaar te bladeren door je werkstuk. Dat
kan gemakkelijker met het menu Beeld : Overzicht. Geen mens gebruikt
het, maar wij wél. Het is reuze handig.

1. Maak in word een nieuwe pagina aan. Sla
deze onmiddellijk op met de naam van jouw onderwerp en je eigen naam
Daarmee voorkom je dat je als je computer vastloopt, dat je alles kwijt
bent. Brrrr...daar moet je niet aan denken, toch?
Vaak worden teksten opgeslagen op diskettes. Ieder zijn of haar eigen
diskette. Dat is handig, want dan kun je je werkstuk in wording ook
meenemen naar huis. Maar diskettes gaan snel kapot of worden in elk
geval onleesbaar als jij dat nu net niet kunt gebruiken. Dus, sla
terwijl je werkt, je tekst op op de vaste schijf van de computer waar je
op werkt, en maak pas nadat je gestopt bent een kopie naar je diskette.
Die neem je mee naar huis en leg je onder je hoofdkussen. Da's veilig.
2. Zet de namen van de vier hoofdstukken in
dit document. Pas op alle hoofdstuknamen het opmaakprofiel [Kop1]
Misschien ziet de kop er nog niet zo uit als jij zou willen. Hindert
niet, dat kun je altijd nadien nog aanpassen. Wel belangrijk is, dat het
kenmerk kop1 is toegekend aan deze tekst.
3. Zet de vraagzinnen onder elk hoofdstuk
Pas op alle vraagzinnen het opmaakprofiel [Kop2] toe
Misschien ziet ook deze kop er nog niet zo uit als jij zou willen.
Hindert niet, dat kun je ook altijd later nog aanpassen. Wel belangrijk
is, dat het kenmerk kop2 is toegekend aan deze tekst.
4. Ga via de favorieten terug naar de pagina's
op het web die jij bruikbaar vond.
Kopieer de teksten die je bruikbaar vond en plak ze op de juiste plaats
onder de vraagzinnen
Nu begin je te merken hoe lastig het wordt om door je snel groter
groeiende werkstuk te bladeren
5. Snel bladeren kan nu met de
overzichtsmodus van Word.
Kijk bij menu Beeld boven in de balk. Selecteer de keuze Overzicht
Kijk wat er gebeurt! Voor de tekst verschijnen blokjes. Je ziet blokjes
in de vorm van plusjes en minnetjes
De blokjes zijn bedoeld om je te helpen tijdens het bladeren, ze worden
niet echt afgedrukt.

Een plus voor de tekst betekent dat aan het betreffende hoofdstuk
tekst vastzit. Een min wil zeggen dat er nog geen vulling bij het
betreffende hoofdstuk door jou is ingevuld.

Klik maar eens op de grote 1 op de extra menubalk boven op je scherm:
alles wordt even verborgen, op de hoofdstuktitels (de koppen 1) na.
Klik nu eens op de grote 2 op de extra menubalk boven op je scherm: je
ziet nu de hoofdstuktitels (de koppen 1) en de vraagzinnen (de koppen 2)
in beeld. Alle gewone tekst blijft verborgen.
Klik nu op alles en je ziet dat je weer gewoon de hele tekst in beeld
hebt.
Je kunt nu snel gaan springen naar het hoofdstuk dat je nodig hebt, of
naar de vraagzin waaronder je tekst of plaatjes wilt toevoegen.
Je kunt zelfs de hoofdstukken met bijbehorende teksten snel verplaatsen
naar een andere plaats in je werkstuk. Als je de kop1 of kop 2 sleept
naar een andere plek, verhuist de bijbehorende gewone tekst automatisch
mee. Handig, joh!
6. Haal weg wat je niet nodig hebt, verbeter
wat je niet goed vindt, schrijf in je eigen woorden een betere tekst.
Het moet immers jouw werkstuk worden en niet zomaar een
verzameling knap knip- en plakwerk?
7. Ga via de favorieten terug naar de pagina's
op het web waar jij bruikbare afbeeldingen weet te staan
Kopieer de afbeeldingen die je bruikbaar vond en plak ze op de juiste
plaats bij de tekst, gebruik weer de overzichtsmodus, ook bij het
plakken van plaatjes is deze manier van werken reuze handig. Plaatjes
zijn vaak erg groot, dus je werkstuk wordt ras erg lang.
8. Pas opmaak toe
Zet bijvoorbeeld alle tekst in hetzelfde lettertype, pas als
je wilt paginanummering toe
Je kunt je koppen 1 en 2 ook nog anders vormgeven
9. Schrijf een voorwoord/inleiding, maak een
inhoudsopgave
Maak ook een lijst van alle webadressen en andere bronnen die
je hebt gebruikt
10. Maak het nawoord met behulp van Wat weet
ik nu? Wat kan ik nu?
|