![]()
Een van de uitgangspunten in de Kwaliteitsagenda 'Scholen voor morgen' is leren van elkaar: het leren van en met collega-leraren, schoolleiders en experts. Het is de bedoeling dat de mensen die op de conferentie in Utrecht en de tweede bijeenkomst daarna hebben meegepraat, als ‘gangmakers’ zullen fungeren. De verdere invulling en de uitvoering van deze agenda is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de overheid en de PO-sector. Informatie over dit traject vindt u op de website School aan zet. De staatssecretaris wil van een 'afrekencultuur' naar een 'verbetercultuur'. Leerlingen moeten aan het eind van de basisschool goed verder kunnen in het vervolgonderwijs. Dit betekent dat ook duidelijk moet zijn wat kinderen aan het einde van de basisschool moeten kennen en kunnen met betrekking tot rekenen en taal. Het advies over referentieniveaus van de Expertgroep Doorlopende Leerlijnen Rekenen en Taal, dat in januari wordt verwacht, zal hiervoor als basis dienen. Scholen zullen zelf goed in beeld moeten hebben wat zij met hun leerlingen bereiken en of de prestaties van voldoende niveau zijn. Ook is er in de kwaliteitsagenda aandacht voor een rijke leeromgeving.
|