Ton van Rossum, Ria Wassenaar. - Frappant 30 februari 2007

Op de zeven scholen van de Nijmeegse stadswijk Groot-Dukenburg bleek behoefte te bestaan om zich te laten scholen in het begeleiden van een cursus sociale vaardigheidstraining voor kinderen. In 2004 heeft de Werkgroep Afstemming Leerlingenzorg (WAL) daarom de opdracht gegeven voor een train-de-trainer traject op deze basisscholen. Een adviseur van Marant, Ria Wassenaar, en de ambulant begeleider WSNS van deze scholen, Ton van Rossum, pakten samen deze opdracht op en zijn zo enthousiast over hun positieve ervaringen dat ze in dit artikel graag hiervan een beeld willen geven.
Een train-de-trainer traject: wat leren de trainers?
De training waar het uiteindelijk om gaat is een sociale vaardigheidstraining voor kinderen tussen acht en twaalf jaar, kortweg Speel-praatgroep genoemd. In het train-de-trainer traject gaat het om het leren organiseren en begeleiden van deze sociale vaardigheidstraining, met als doel vertrouwd te raken met het programma van de Speel-praatgroep en zich vaardigheden eigen te maken, die ingezet kunnen worden als begeleider van de kindergroep.
De training bestaat uit zes bijeenkomsten van drie uur, die om de twee weken plaats vinden. Aandacht wordt besteed aan het doel en de doelgroep van de Speel-praatgroep: het type kinderen en hun problematiek. De wijze, waarop de selectie van de kindergroep plaats vindt, de inhoud en uitvoering van het programma plus de evaluatie ervan komen aan de orde. Er wordt stil gestaan bij de leertheoretische achtergrond van de sociale vaardigheidstraining, communicatievaardigheden en mogelijke interventies, die daaruit voortvloeien worden geoefend. Ook de wijze waarop ouders en leerkrachten erbij betrokken worden komt aan bod.
In de training worden ook elementen uit de kindertraining met de trainers uitgevoerd en dat levert een schat aan leerervaringen op, alvorens met een echte kindergroep wordt gestart. De echte praktijk valt dan regelmatig mee.
De speelpraatgroepen: wat leren de kinderen?
Het doel van de kindertrainingen is het aanleren van ontbrekende sociale vaardigheden, zodat ze beter in staat zijn op een aangename manier contacten te leggen met leeftijdsgenootjes en volwassenen. Daarbij hoort het vergroten van de sociale redzaamheid, het versterken van het positieve zelfbeeld en doordoor – preventief – het voorkomen van sociaal-emotionele problemen en doorverwijzing naar hulpverlenende instanties of het SBO.
De kindercursus wordt gegeven door twee begeleiders van twee scholen, één van elke school. De een leidt een onderdeel, terwijl de ander observeert. De bijeenkomsten worden het liefst gehouden in een grote ruimte, zoals in een zaaltje in een open-wijk-school, een speellokaal e.d.
Tijdens de cursus wordt er aandacht geschonken aan: luisteren naar elkaar, vragen stellen aan elkaar en anderen buiten de groep, leren ontspannen
We besteden aandacht aan het herkennen en het uiten van gevoelens, het leren samenwerken en samenspelen en tenslotte het leren reageren als je last van iemand hebt.
Er zijn tien bijeenkomsten van anderhalf uur. Een greep uit de ervaringen:
- KENNISMAKING: Hierin wordt ook gezamenlijk een groepsnaam gekozen. Voorbeelden hiervan: “De acht superkids”, “De club van zes” e.d.
- COMPLIMENTEN GEVEN: Kinderen leren ervaren dat als ze complimenten geven complimenten krijgen een gevolg is. Eén van de kinderen na deze bijeenkomst: “Dat is de eerste keer dat ik iets goeds over me hoor zeggen!”
- UITEN VAN GEVOELENS: In onze bijeenkomsten hebben we ervaren hoe moeilijk het soms voor de kinderen is om over gevoelens te praten, gevoelens te uiten en te herkennen.
- LEREN ONTSPANNEN: In het begin start dat vaak lacherig en onwennig, maar gaandeweg zien we de kinderen zich goed ontspannen en blijken ze dit heerlijk vinden.
- UITBEELDEN EN HERKENNEN VAN GEVOELENS: Omdat we al uitvoerig over gevoelens hebben gesproken, is het uitbeelden en herkennen nu wat gemakkelijker geworden.
- VRAGEN STELLEN AAN EEN ANDER: Voor veel kinderen is dit erg moeilijk. Ze leren het tijdens deze cursus.
- STOP EN DENK: Hierin wordt van de kinderen gevraagd bewust te reageren. Dit onderdeel werd door vele kinderen bij de evaluatie als fijnste bijeenkomst ervaren. Bij deze oefening is het van groot belang om te weten wat de individuele doelen van de kinderen zijn, die we willen bereiken.
- BOOS ZIJN EN AFREAGEREN: Er zijn geremde kinderen bij die het moeilijk vonden om hun (vaak opgekropte) boosheid te laten zien. Voor ongeremde kinderen is boosheid juist heel bekend. Voor begeleiders is dit een bijeenkomst waar je samen goed de processen bij de kinderen in de gaten moet houden.
- SAMENWERKEN: Wat is hier allemaal voor nodig? Eigenlijk zijn we er al vanaf het begin mee bezig geweest. Sommigen van ons hebben daarom deze bijeenkomst laten uitvallen, maar bij de evaluaties hebben we toch besloten deze te handhaven.
- AFSCHEID NEMEN VAN DE GROEP: Veel kinderen hebben deze bijeenkomst ervaren als een bijeenkomst die te gauw kwam, ze vonden het jammer dat nu al weer het einde was. Op het einde van deze bijeenkomst kregen alle kinderen een heel persoonlijk “diploma”. Op zeer creatieve wijze hadden de verschillende begeleiders hun eigen diploma’s ontworpen, maar allemaal erg persoonlijk tot het kind gericht.
Zo was de Speel-praatgroep een mix van praten, met elkaar spelletjes spelen en rollenspelen uitvoeren binnen de tien bijeenkomsten. Na iedere bijeenkomst kregen ze een opdracht mee, die te maken had met wat ze geleerd hadden. We noemden het bewust een klusje, geen huiswerk!
Onze ervaringen: een goed begin is het halve werk!
In het schooljaar 2004-2005 hebben we met vier van de zeven scholen een eerste cursus gegeven: van elke school vier kinderen, samen in een groep van acht. Het aantal van acht is het mooiste aantal. Ervaringen met een groep van zes bleek te klein en van negen niet praktisch, vanwege het oneven aantal als je iets met tweetallen moet uitvoeren. Een groep van tien wordt te groot.
In het schooljaar 2005-2006 hebben alle scholen één of zelfs twee cursussen gegeven. Vanaf de start hebben op dit moment totaal iets meer dan honderd kinderen deze Speel-praatgroep gevolgd.
Om tien bijeenkomsten niet teveel te moeten onderbreken is uit ervaring gebleken dat de tijd vóór en na de herfstvakantie de meest geschikte tijd is. De betrokken leerkracht heeft dan het geselecteerde kind zo’n zestal weken in de groep meegemaakt voordat de cursus begint. Bovendien is de cursus vóór de drukke decembermaand beëindigd. Een andere geschikte tijd is na Nieuwjaar; dan kan een eventuele tweede cursus worden gegeven.
Van belang is een goede introductie van het programma binnen het team: zo heeft iedereen in gedachte welk kind baat kan hebben bij deelname aan zo’n groep. In de hoogste groepen weet men dan hoe je kunt aansluiten op de gegeven cursus.
Het letten op een goede verdeling van geremde en ongeremde kinderen, meisjes en jongens, allochtoon en autochtoon is erg belangrijk. Het kan de cursus sterk beïnvloeden.
Onze ervaring is ook dat wanneer je voor het eerst de begeleiding op je neemt, er een forse investering gevraagd wordt. Bij een tweede of derde keer en…… vaak met dezelfde collega-begeleider werd er veel tijd gewonnen. Een vast ontworpen kader, waarin we digitaal onze ervaringen per kind vastlegden gaf ook tijdwinst. In de handleiding wordt voorgesteld om minstens drie ouderavonden te houden gedurende de bijeenkomsten, maar dat hebben we slechts tot één beperkt en wel op de helft van de kindercursus. Zo konden we vertellen wat we hadden gedaan en wat nog komen ging. Soms hebben we ook onderdelen laten vallen, omdat het te lang zou worden of omdat de activiteit niet aansloeg: b.v. dansen.
Meetbare resultaten?
De resultaten na het beëindigen van de kindercursus zijn nu nog moeilijk kwantificeerbaar, maar wat we wel om ons heen horen zijn de reacties van de ouders en de kinderen zelf.
De kinderen vertellen: “Ik speel nu veel meer met anderen”, “Ik durf te vragen of ik mag meedoen”, “Ik mag in een hoger elftal meedoen, omdat ik veel minder kwaad word”, “Als ik voel dat ik boos word, doe ik een paar ademhalingsoefeningen”…
En de ouders bevestigen: “Ons kind kan weer meer lachen”, “Er komen nu andere kinderen bij ons over de vloer en hij gaat er zelf ook op uit”, ”Zij is veel minder snel boos”, “Hij durft nu tenminste voor zichzelf op te komen”
Dit zijn uitspraken die ons goed doen. Met veel enthousiasme gaven we en geven we de cursussen, want we hebben ervaren dat de Speel-praatgroep een belangrijke bijdrage kan leveren aan de sociaal-emotionele groei van kinderen.
Sociaal-emotionele ontwikkeling; het is ons een zorg!
Het is goed dat binnen het samenwerkingverband oog is voor de problematiek die onze zorgcoördinatoren dagelijks voor zich zien: kinderen met overactief gedrag, met weinig zelfvertrouwen, stille, geremde kinderen of kinderen die enkele sociale vaardigheden missen.
Aandacht voor sociaal-emotionele ontwikkeling van de kinderen in de wijk Dukenburg heeft met het geven van kindercursussen een goede stap gezet. Wat nu gemeenschappelijk is in de zeven scholen als onderdeel van het werken aan een goed pedagogisch klimaat:
- de sociale ontwikkeling van de kinderen goed volgen
- verbeteren al of niet aan de hand van een methode
- extra hulp bieden in de Speel-praatgroep, want het is ons een zorg!
Er zijn inmiddels al twee groepen, die het certificaat “Speel-praatgroep-begeleider” hebben behaald. Vervolgstappen? Het zou fijn zijn als er op al de zeven scholen structureel gebruik gemaakt zou worden van een Seo- leerlingvolgsysteem. Hiermee kan de sociaal-emotionele ontwikkeling van de kinderen gedurende de hele basisschoolperiode worden gevolgd. Wij hebben samen de handen ineengeslagen en we zijn er behoorlijk trots op dat dit in de wijk Dukenburg in Nijmegen met zeven scholen is gestart.
Wilt u meer weten over de trainingen of de ervaringen daarmee, dan kunt u contact opnemen met Ria Wassenaar van Marant (0481 439300 / 06 330 57895) of Ton van Rossum (S.B.O. de Windroos, 024 3590930).
Meer weten? |
Wilt u meer informatie of een afspraak maken? Neem dan contact op met uw contactpersoon of met een van de regiomanagers
|  |