Handelingsplannen werken! : Voor de leerling, de docent én de school

Anette Reessink, Renske Valk. - Frappant 28 juni 2006

Als de school aan elke leerling precies hetzelfde onderwijs kan aanbieden, is de planning daarvan niet zo ingewikkeld. Met een overzicht van te bereiken doelen, vakinhouden en een jaarkalender heeft elke docent al snel een aardig jaarprogramma. Maar sinds jaar en dag weet iedere docent dat de leerlingen in de klas nogal van elkaar kunnen verschillen; in aanleg, in voorkeur, in leerstijl en in gedrag. Als Mark in zijn boek zit te bladeren, betekent dat waarschijnlijk dat hij alvast aan de opdrachten is begonnen. Als Rick in zijn boek zit te bladeren, weet hij waarschijnlijk nog steeds niet welke bladzijde hij voor zich moet hebben. Met zulke verschillen houdt een goede docent rekening.

Veranderende leerlingeninstroom | Veel VMBO-scholen hebben tegenwoordig te maken met een flink aantal leerlingen die voorheen in het VSO-LOM-onderwijs een plaatsje hadden gekregen. Leerlingen die moeilijk leren, weinig eigen sturing kennen en bij wie soms sprake is van een leer- of gedragsstoornis. Leerlingen, die alleen profijt van onderwijs kunnen hebben, als dat voor hen op maat wordt gesneden. Daarmee rekening houden valt niet meer onder het reguliere 'ik ken mijn pappenheimers' vermogen van de ervaren docent. Daarvoor is een plan nodig. Een handelingsplan.
Voor kinderen die onderwijs op maat nodig hebben, moet een handelingsplan worden gemaakt. In een goed handelingsplan staat wat je met een leerling wilt bereiken, op welke manier en in welke fasering je dat het beste kunt doen, gegeven de bagage en specifieke behoeften van dat kind.
Het maken van handelingsplannen heeft effecten in meerdere richtingen. Op de eerste plaats garandeert het natuurlijk planmatig handelen en daarmee het recht op effectief onderwijs voor de leerling in kwestie. Daarnaast geeft een handelingsplan aan de docent een verklaringskader voor bepaald gedrag, oplossingsrichtingen voor problemen, een anker voor het eigen handelen. Tenslotte werkt een handelingsplan vaak als katalysator voor de betrokken school om meer kennis binnen de schoolmuren te halen over bepaalde onderwerpen. Want onderwijs op maat bieden, betekent dat je goed moet weten wat er aan de hand is en welk handelen het meest vruchtbaar zal blijken.
Een handelingsplan kent zo bezien slechts voordelen; voor de leerling, voor de docent, voor de school. Ook de stap naar groepsplannen en schoolplannen werkt structurerend voor het onderwijs en verrijkend voor de opbrengst.

Geen gemeengoed? | Wat maakt dan dat het systematisch werken met handelingsplannen nog geen alledaagse praktijk is binnen de VO-scholen? Als er al handelingsplannen worden gemaakt, brengen deze hun bestaan veelal door in de la van de mentor of de zorgcoördinator en niet op het bureau van de docenten. Hoe komt het dat het maken van een handelingsplan vaak afgehandeld wordt als een administratieve aangelegenheid en niet wordt gezien als onderwijssturend instrument?
Laten we de vraag omkeren. Hoe zorgen we ervoor dat handelingsplannen - individueel of groeps - het sturende effect gaan krijgen waarvoor ze zijn ontwikkeld. Wat kan maken dat scholen wèl deze plannen gaan opstellen en dat alle betrokken partijen hiervan de opbrengst zien en oogsten?

De praktijk | We gaan op zoek naar antwoorden uit de praktijk. Anette Reessink, adviseur bij de marktgroep Voortgezet Onderwijs van Marant, begeleidt succesvol scholen met het maken en uitvoering geven aan handelingsplannen. Wat is het geheim van een effectief handelingsplan?
Anette Reessink lacht. "Er is geen geheim, wel een aantal goede adviezen. Ik zou willen beginnen met te benadrukken dat het belangrijk is om een handelingsplan zo concreet als mogelijk en nodig is uit te werken. Neem daarbij de individuele leerling als uitgangspunt en verplaats je zo goed als mogelijk in zijn of haar situatie. Wat heeft deze specifieke leerling nodig? Wat is dat steuntje in de rug dat net het verschil zal maken? Bij de ene leerling volstaat het om aan alle docenten een aantal algemene handelingsrichtlijnen mee te geven. Voor de andere leerling geldt dat de docent wiskunde aan zet is om met behulp van uitgezochte materialen en een werkwijze die aanslaat bij de leerling, ervoor te zorgen dat in een bepaalde afgebakende periode deze verwerking van specifieke leerstof onder de knie te krijgen. Voor weer een andere leerling is het nodig dat alle docenten altijd nagaan of hij zijn huiswerk wel in de agenda heeft geschreven en of dit op een goede manier is gebeurd. Betrek je informatie uit het onderwijskundig rapport (OWR), de eigen observatie van de leerlingen en de resultaten van afgenomen toetsen. Dan kan je (en moet je) dit soort individuele accenten in een handelingsplan opnemen"
Uitgangspunten van doelgericht en planmatig handelen zijn dus de specifieke onderwijs- en leerbehoeften van de leerlingen. En belangrijk daarbij is het concreet formuleren van doelen vanuit de leerling, opschrijven wat die leerling nodig heeft om zo optimaal mogelijk in deze les, bij deze docenten, in deze onderwijsvorm, in deze leerweg en met deze leeromgeving te leren.

De mentor als sleutelfiguur | Wie zorgt ervoor dat er zo'n plan wordt geschreven? De meest aangewezen persoon hierbij lijkt de mentor. Hij of zij is hierin een sleutelfiguur, want hij of zij is 'leerling-nabij'. En plannen vanuit de werkpraktijk zijn over het algemeen beter invoelbaar en beter uitvoerbaar. Belangrijk is dan wel dat de mentor de gelegenheid heeft om expertise te verzamelen èn te begrijpen omtrent de verschillende problematieken. Want op die manier krijg je zicht op 'hoe dingen werken' bij de leerling en weet je ook waarom je iets wel moet doen of juist moet laten.
Anette Reessink: "Mentoren, en eigenlijk ook de docenten moeten meer en pragmatische achtergrondkennis krijgen over de specifieke leer- en gedragsproblemen waarmee de leerlingen die in de groep zitten te maken hebben. Want zij moeten begrijpen hoe het kan dat Ferdi wel een technisch hoogstandje kan bouwen bij techniek, maar zijn eigen veters niet kan strikken. En zij zijn degenen die moeten begrijpen waarom Willem elke dag herhaling nodig heeft van het feit dat hij niet mag neuspeuteren in de klas."

Verankering | Een evenzo belangrijk aandachtspunt is de verankering van handelingsplannen. De plannen - en alle handelingen die hieraan vooraf en naar aanleiding van dienen te worden verricht - moeten zijn ingebed in schoolplan met betrekking tot de geïntegreerde leerlingenzorg. Het handelingsplan wordt dan een logische stap, met voorafgaande en aansluitende logische stappen in het totale zorgproces. Hoe kan dat eruit zien? School X heeft een gestroomlijnde intake waarbij volgens een aantal criteria de leerling in beeld gebracht wordt. Op basis van dit beeld wordt indien aan de orde - ook weer een kwestie van vastgelegde afspraken - in het verlengde van de intake een handelingsplan opgesteld. Op twee vaste momenten in het jaar schuiven de zorgcoördinator en de mentoren bij elkaar aan en evalueren de uitvoering van de zorghandelingen en de opbrengst bij de leerling. Het handelingsplan wordt indien nodig bijgesteld en de cyclus draait verder.

Helicon Groenschool, Nijmegen | Een voorbeeld van een traject Handelingsplannen zoals wij die vanuit Marant samen met een VO-school hebben opgezet en ondersteund wordt gegeven door Henri van de Boogaard, teamleider onderbouw van de Helicon Groenschool te Nijmegen.
Sinds jaar en dag begeleidt Helicon Opleidingen Groenschool Nijmegen kinderen die wat meer moeite hebben om een diploma te halen. Aanvankelijk als IVBO-school, later als school met LWOO (leerwegondersteunende). Ongeveer de helft van onze leerlingen heeft een LWOO-indicatie.
Henri van de Boogaard: "Ik merk dat veel leerlingen die zich vanuit de basisschool bij ons melden op didactisch gebied intensievere, meer uitgebreide begeleiding nodig hebben. De groep leerlingen die extra zorg vraagt is divers. Bij een aantal wordt onze aandacht gevraagd voor problemen op didactisch gebied (leerachterstanden, dyslexie) en bij anderen voor problemen op pedagogisch gebied (ADHD, ADD, PDD-Nos)."

Helicon Opleidingen Groenschool Nijmegen, werkt met een onderbouw- en een bovenbouwteam. Naast de vernieuwde basisvorming zet het onderbouwteam vooral in op handelingsplannen. "We hebben Marant en REC Rivierenland (cluster 4) gevraagd ons bij te scholen deze kinderen eerder te herkennen, hun problematiek in beeld te krijgen en te kijken wat ze nodig hebben. Er  zijn een aantal studiedagen geweest waarin de meest voorkomende problematieken besproken en bediscussieerd zijn.
Omdat voor iedere leerling die een LWOO indicatie heeft het wettelijk verplicht is een handelingsplan te schrijven, hebben we het nuttige en het aangename met elkaar verenigd. Er is afgesproken dat iedere mentor met een co-auteur, een "maatje" voor zijn/haar groep een handelingsplan schrijft.
Op basis van een concept en daarbij de ondersteuning van Marant heeft ieder duo hard gewerkt om voor iedere leerling een handelingsplan te schrijven. We hebben ervoor gekozen om aan de hand van een boomdiagram leerlingen met een vergelijkbare problematiek in beeld te krijgen en ze meer als groep op een eenduidige wijze te benaderen.
Om te voorkomen dat het stoffige "bureaustukken" zouden worden willen we proberen om de handelingsplannen iedere 6 tot 8 weken aandacht te geven. Tijdens leerlingbesprekingen en rapportvergaderingen brengen de mentoren de meest aandachtvragende leerlingen in beeld. Men schetst de problematiek waar men tegenaan loopt, stelt de hulpvraag en na discussie worden er afspraken gemaakt. Zo blijft het handelingsplan een dynamisch instrument dat door mentoren zelf geformuleerd en bijgehouden wordt.
Natuurlijk lopen we ook tegen problemen aan die om een oplossing vragen.
Hoe kan ik als docent van de onderbouw 140 dossiers lezen?
Hoe zit het met de privacy? Etc.
Op niet alle vragen hebben we reeds een pasklaar antwoord, maar wat opvalt is dat door deze werkwijze de betrokkenheid van mensen nog meer wordt vergroot. En voor iedere leerling, dus niet alleen de LWOO geïndiceerde leerling, er een handelingsplan voorhanden is. Dat er een bruikbaar, werkbaar document ligt waar de docenten mee uit de voeten kunnen."

Tenslotte | Anette Reessink: "Werken met een handelingsplan garandeert niet planmatig werken, en er blijven inderdaad vragen bestaan als 'waar haal ik de tijd vandaan?' Maar het werken met handelingsplannen is wel een stap in de goede richting. Zeker als planmatig werken gelijk wordt gesteld met doelgericht werken met zorgleerlingen. Planmatig werken staat lijnrecht tegenover variabiliteit, impulsief handelen, willekeur, altijd zo gedaan en van dag tot dag.
Dus elke school die serieus werk wil maken van handelingsplannen, is van harte welkom om haar licht op te steken bij Marant. Wij helpen ze graag op weg."

Wilt u meer weten over handelingsplannen en alles wat daarmee samenhangt, dan kunt u contact opnemen met Anette Reessink (a.reesink@marant.nl) of met één van haar collega's van de marktgroep Voortgezet Onderwijs van Marant.

Wilt u meer informatie of een afspraak maken?
Neem dan contact op met uw contactpersoon of met een van de regiomanagers
Jacqueline Kenter
Wilma van de Venn
Adviseurs in leren & ontwikkeling
Zoek
Nieuwe Aamsestraat 84a
Postbus 198, 6660 AD Elst
T (0481) 43 93 00
F (0481) 37 49 11
post@marant.nl