Siep Stramrood, Henk Demper - Frappant 41 januari 2010

Wie zich in de zomer van 1970 in Arnhem over het Willemsplein richting Centraal Station begaf, kon op de gevel van nummer 21 een wat cryptisch naambord van de nieuw gevestigden waarnemen: SPDAA. Achter dit bord ligt het begin van het werken aan onderwijsvernieuwing en -verbetering in de regio Arnhem. Voor Marant is dit feit de aanleiding om het jaar 2010 als jubileumjaar te beschouwen. Het jaar waarin we op gepaste wijze willen stilstaan bij 40 jaar onderwijsdienstverlening, om in perspectief van het verleden scherper naar de toekomst van ons werk te kunnen kijken.
Kort historisch perspectief
Op initiatief van gemeenten werd op plaatselijk, of samenwerkend regionaal niveau het initiatief genomen om de krachtige landelijke initiatieven voor onderwijsvernieuwing schoolnabij te kunnen begeleiden en ondersteunen. Ander doel was om het versnipperde zorgaanbod voor leerlingen meer overzichtelijk maken. Gemeenten waren als initiatiefnemers ook degenen die daarvoor de
kosten droegen met een bedrag per leerling. De landelijke overheid nam iets later deel aan deze bekostiging. De operationele start van de Stichting Schoolpedagogische Dienst Agglomeratie Arnhem in 1970, was de tiende in rij van soortgelijke initiatieven in Nederland. In 1974 werd de SAD regio Nijmegen opgericht en de in Tiel gevestigde SABD Gelders Rivierengebied, in 1976. Uit een samengaan en uiteindelijke fusie ontstond in 2000 de organisatie Markant Educatieve Diensten, die kort daarna als Marant, adviseurs in leren & ontwikkeling zijn uiteindelijke naam vond en inmiddels haar 10-jarig bestaan kan vieren.
Het bovenstaande was aanleiding voor een gesprek met deelnemers die verleden en heden met elkaar kunnen verbinden, in perspectief naar de toekomst. Aan de gesprekstafel vinden we Sjoerd de Witt, medewerker van het eerste uur van de SPDAA en later directeur van SBD Eemland in Amersfoort en Jack van Lent, directeur van Marant. Daarnaast Ruud Beekhuizen, voorzitter van het College van Bestuur van SKPCPO Delta in Arnhem en tenslotte Robert Hilhorst, oud directeur van een Arnhemse basisschool en nu lid van het College van Bestuur.
Sjoerd de Witt over het ontstaan van de onderwijsdienstverlening, veertig jaar geleden: aan de basis lag ondermeer het initiatief van de toenmalig Gemeentelijk onderwijs inspecteur. Het landschap van de individuele leerlingenzorg was een lappendeken van talloze afzonderlijk dienstverleners, die elke afzonderlijk
door de gemeente werden gesubsidieerd, met als resultaat weinig samenhangende dienstverlening. Wildgroei werd teruggesnoeid tot een dienstverlening vanuit één loket voor leerlingzorg.
Beleidsrijkere onderwijspolitiek
Daarnaast was de publicatie van Idenburg: Naar een constructieve onderwijspolitiek (1970), richtinggevend voor het onderwijsbeleid onder minister Van Kemenade, begin jaren zeventig. De School Pedagogische Dienst had als taakstelling het op lokaal niveau vormgeven aan het landelijk constructief onderwijsbeleid. De landelijke pedagogische centra hadden hiervoor onvoldoende capaciteit. De onbeheersbare uitstroom naar het buitengewoon onderwijs (nu SBaO) en de problematiek van het zittenblijven waren naast de scheiding tussen kleuter- en lager onderwijs richtinggevende onderwerpen, zeg gerust problemen die door middel van onderwijsbeleid en –begeleiding moesten worden aangepakt. Schoolbegeleidingsdiensten zagen zich daarbij niet direct als instrument van de overheid, maar door idealisme geïnspireerde experts die konden bijdragen aan de oplossing van deze problematieken.
Op basis van vrijblijvende deelname van scholen werden tal van programma’s ontwikkeld, en met goede bedoelingen aan de scholen aangeboden. Over op maat gesneden innovatie- en invoeringsstrategieën bestond nog nauwelijks expertise. Op vernieuwing gerichte scholen pakten dit aanbod sneller op dan meer behoudende scholen. Zo ontstond soms, onbedoeld een kloof tussen voor- en achterhoede. Op scholen die groeiden ontstond meer expertise en professionaliteit op de ontwikkeling van de eigen school, waardoor hun vragen zich verdiepten.
Toenmalig Arnhems schooldirecteur Robert Hilhorst merkt op dat hij daardoor soms in conflict raakte met toenmalige schoolbegeleiders die vanuit hun standaardaanbod niet in staat waren antwoord te geven op zijn specifieke vragen. Ruud Beekhuizen benoemt vervolgens dat vanaf de jaren 90 de expertise bij scholen en schoolbesturen groeide. Onder invloed van WSNS en bestuurlijke schaalvergroting ontstond bij hen toenemende professionaliteit en groeiend besef van eigen verantwoordelijkheid en mogelijkheden. De fusie tussen de obd-en uit Arnhem, Nijmegen en Tiel tot Marant was in zijn ogen een goede stap: omdat deze schaalvergroting meer mogelijkheden bood om antwoorden te geven op de veranderende vragen en wensen van scholen en schoolbesturen.
Bij de landelijke en ook plaatselijke overheden ontstond vanaf midden jaren tachtig een zogenaamde kerntakendiscussie. We zien een omslag in het denken van een overheid die dienstverlenende instanties faciliteert tot het verleggen van verantwoordelijkheden naar de scholen zelf die meer eigenaar worden gemaakt voor hun eigen kwaliteit. Bestuurlijke schaalvergroting en daarmee samenhangende professionalisering hebben als gevolg dat de scholen in toenemende mate zelf het initiatief voor de eigen ontwikkeling. De komst van WSNS, ook bedoeld als bezuinigingsoperatie, had volgens Ruud Beekhuizen een positieve bijwerking: er ging een sterke innovatieve impuls van uit.
Dit logisch ontwikkelingsproces heeft volgens Jack van Lent geleid tot een ingrijpende verandering van de onderwijsbegeleiding. De gevraagde expertise van onderwijsadviseurs is verschoven van vooral inhoudsdeskundigheid tot adviseurs met ook vaardigheden op het terrein van procesbegeleiding; een ingrijpende verandering in eigen huis voor Marant. Ruud Beekhuizen en Robert Hilhorst hebben deze omslag bij Marant van dichtbij kunnen meemaken, maar voelen toch ook in de nieuwe verhoudingen verbondenheid met Marant, zij het meer kritisch dan tevoren: ze hebben immers iets te kiezen. Ze geven te kennen inmiddels veel zelf te kunnen, maar niet alle expertise zelf in huis te willen hebben. Deskundigheid van buiten, met name op het terrein van procesbegeleiding en -bewaking voegt vaak een verfrissende dimensie toe aan de eigen ontwikkeling. Marant moet daarbij voortdurend alert blijven op de afstemming van behoeften van de klant bij de ontwikkeling van de eigen professionaliteit. Ruud Beekhuizen is daarbij steeds op zoek naar de gewenste deskundigheid tegen een marktconforme prijs. Door een aantal factoren staan de besteedbare budgetten in de komede jaren onder druk. Dit vraagt voor alle betrokken partijen de nodige creativiteit, en waar nodig inschikkelijkheid. Jack van Lent beaamt dit en geeft aan de dynamiek van de bewegende markt als een uitdaging te zien voor zijn organisatie. De trots van de adviseur wordt niet langer bepaald door het maken van een mooi product maar door het samen met de klant tot stand brengen van een door haar gewenste verbetering. Werken aan beter onderwijs, dat is waar we voor blijven gaan!
Meer weten? |
Wilt u meer informatie of een afspraak maken? Neem dan contact op met uw contactpersoon of met een van de regiomanagers
|  |