Joost van Berkel - Frappant 40 november 2009

Veranderingen gaan niet vanzelf. Op de Maartenschool, een speciaal onderwijs school in Nijmegen is de laatste twee jaar veel aandacht besteed aan leesonderwijs. Petra van Bostelen, projectleider, vertelt hoe het een succes werd en blijft.
Wat is de Maartenschool?
De Maartenschool is een mytylschool, een voorziening voor kinderen met een lichamelijke en/of meervoudige handicap of voor langdurig zieke kinderen. Wij hebben een regiofunctie, want wij werken veel samen met de Maartenskliniek, van waaruit een aantal therapieën worden verzorgd.
Wat is jullie visie op onderwijs voor deze REC-3 kinderen?
Wij hebben als gedachte, dat de kinderen na het aantal jaren onderwijs op onze school zo zelfstandig mogelijk zijn om zo, binnen hun mogelijkheden, goed te kunnen deelnemen in de maatschappij. Het klinkt logisch, maar dat gaat niet vanzelf.
Waarom hebben jullie juist lezen gekozen als eerste verandering?
Wij vinden met ons allen dat ook het kunnen lezen een belangrijk onderdeel vormt van het zelfstandig kunnen functioneren. Uiteraard realiseren wij ons, dat niet alle kinderen de einddoelen voor basisonderwijs zullen of zelfs kunnen halen. Maar wij willen in ieder geval zeker weten, dat wij alles gedaan hebben om het lezen op gang te brengen.
Maar er speelde ook iets anders mee. Het opnieuw kijken naar het leren lezen was voor ons ook een eerste nieuwe impuls voor inhoudelijke vernieuwing. Wij zijn van plan om zo ook naar spelling en rekenen te gaan kijken, maar liever één ding goed dan alles tegelijk.
Lezen is ook voor de leerkrachten weer een nieuwe impuls. Bovendien merkten we dat ook binnen basisscholen veel gewerkt wordt met de protocollen leesproblemen en dyslexie en lezen een actueel topic is, waarbij we graag aan willen sluiten.
Hoe hebben jullie de start gemaakt?
Ik zelf ben als projectleider met alle leerkrachten om de tafel gaan zitten met als doel om na te gaan of iedereen het belangrijk vond. Met Marant hebben we er voor gezorgd dat de leerkrachten die informatie kregen over lezen en leesinterventies, waaraan ze behoefte hadden. Na elke bijeenkomst gingen ze met een opdracht terug naar de eigen groep om zo activiteiten en werkwijzen uit te proberen. Dit was met name bedoeld om na te gaan of het ook effectief was voor onze leerlingen, die vaak een hersenbeschadiging hebben en waarbij ook vaak het taalgebied is aangedaan. Wij hebben als uitgangspunt dat iedereen wel iets kan bijleren, maar ook dat we veel van elkaar kunnen leren. Doel was dan ook dat we met z’n allen aan de slag zouden gaan en van elkaar zouden kunnen profiteren. Iedereen heeft een leerkrachtcompetentielijst ingevuld, van waaruit we de gezamenlijke scholingsbehoefte van de mensen hebben geïnventariseerd. Aandachtspunten bij technisch lezen waren bijvoorbeeld het geven van instructie op leesaspecten, het adequaat reageren op leesfouten en het samen met de kinderen reflecteren op het lezen.
Maar ook de motivatie om te lezen stond hoog op ons lijstje. Bij het uitproberen en uitvoeren van leesonderdelen werden naar aanleiding van klassenbezoeken en video-opnamen gezamenlijke sterke punten geïnventariseerd.
Hoe is het na het eerste jaar verder gegaan?
In het tweede jaar zijn we alle goede ervaringen en activiteiten die effectief bleken voor onze doelgroep gaan vastleggen in ons eigen protocol.
Onze mensen ervaarden succes, bovendien zagen ze “letterlijk” de motivatie van de kinderen omhoog gaan. En ook de leesresultaten verbeterden. Een aantal activiteiten werden bijna al standaard. Voorbeelden hiervan zijn specifieke leesinstructie door de leerkracht, voorlezen, samen lezen en duo lezen.
Wat zijn nu na twee jaar de opbrengsten?
De kinderen hebben drukke roosters met veel therapieën. Maar vanaf nu staat leestijd gepland met vaste tijden. Leerkrachten richten zich nu meer op lezen en het staat hoger op de prioriteitenlijst dan voorheen. Voor de kleuters is er meer aandacht voor activiteiten die voortvloeien uit de tussendoelen beginnende geletterdheid. En ook naar ouders is er meer informatie voor activiteiten, die ze thuis met de kinderen kunnen doen.
De kleuters laten nu veel meer zien op het gebied van spontane letterkennis en fonologische vaardigheden. In de hogere groepen is een rijkere leesomgeving gekomen, waardoor de keus voor kinderen om uit leesteksten veel gemakkelijker is geworden.
Door het vroeg interveniëren blijkt voor onze groep kinderen, dat het veel eerder duidelijk wordt, wanneer het “gewone” lezen echt niet gaat en er overgegaan moet worden naar andere communicatiemiddelen. Zo kennen wij bijvoorbeeld het Pictolezen dat bedoeld is voor kinderen met ernstige beperkingen (bv. een IQ < 70), en waarbij kinderen zelf boeken met plaatjes maken om te kunnen communiceren.
Wat maakte de afgelopen twee jaar nu tot een succes?
In de eerste plaats was bij ons duidelijk dat er ook bij de directie heel veel behoefte was aan inhoudelijke verdieping in plaats van procedures en beleidsplannen. De directie is meegenomen in de plannen en lezen wordt ook door hen als belangrijk gezien. Daarnaast bleek het meteen beginnen in de groep met uitproberen en het daarna uitwisselen van ervaringen een goede keus. Het was inspirerend om gebruik te maken van elkaars ervaringen.
En hoe nu verder?
Wij hebben ons aangemeld voor deelname aan de taalpilots, natuurlijk wel bijzonder, aangezien het natuurlijk met onze doelgroep voor ogen niet meteen duidelijk is of we nu een zwakke taalschool zijn. Dat is ook niet de reden dat we nu de subsidie toegekend hebben gekregen. De komende jaren blijven we uiteraard investeren in effectief leren lezen. Maar in de taalpilot gaan we ons ook richten op:
- meer in niveaugroepen binnen de groep werken en omgaan met verschillen binnen de groep;
- op zoek naar een methode voor voortgezet technisch lezen;
- meer nadruk op goede instructie;
- daarna ook spelling aanpakken en integreren met lezen.
Mooie plannen, maar met de ervaringen van afgelopen twee jaar hebben wij er veel vertrouwen in dat lees- en taalonderwijs voor onze leerlingen kwalitatief nog beter wordt.
Voor meer informatie over de taalpilots en leesverbetertrajecten kunt u contact opnemen met de expertisegroep Taal van Marant, 0481 43 93 00.
Meer weten? |
Wilt u meer informatie of een afspraak maken? Neem dan contact op met uw contactpersoon of met een van de regiomanagers
|  |