Dyslexie kan minder

Ineke Hanemaaijer. - Frappant 38 april 2009

Zoals Cor Aarnoutse in Frappant 37 al aangaf, constateert de Inspectie van het Onderwijs dat 10 tot 15 procent van de kinderen aan het eind van groep 3 niet goed kan lezen. Als adviseur word ik regelmatig geconfronteerd met vragen over deze 10 tot 15 procent van de leerlingen. Maar niet op alle scholen. Op de ds. van Lingenschool in Zetten bijvoorbeeld blijken lees- en spellingproblemen nauwelijks voor te komen. Eind groep 3 zijn de scores over het algemeen hoog. Tijd om eens te gaan praten met Everine van Veeren, de leerkracht van groep 3, om te vragen wat zij doet om kinderen goed te leren lezen.

In groep 3 wordt gewerkt met Veilig Leren Lezen nieuw. Everine vindt het heel belangrijk dat kinderen gemotiveerd zijn om te leren lezen. Die motivatie probeert zij te bevorderen door kinderen succes te laten ervaren en door
de lessen leuk en uitdagend te maken.

Als bijvoorbeeld het woord ‘sok’ aangeleerd wordt, gaat Everine met de kinderen sokken wassen en hangt de waslijn in de klas. Kinderen mogen thuis een boekje voorbereiden en in de kring een stukje voorlezen. Doordat dit
goed is voorbereid, is het voor alle kinderen een succeservaring. De titel van het boek en de evaluatie van de boekenkring worden op ronde blaadjes geschreven. Door de rondjes achter de rups, die in de klas hangt te plakken,
‘groeit’ de leesrups.

Alle kinderen worden zoveel mogelijk bij de groep gehouden en krijgen duidelijke instructie en geleide inoefening. Nieuw aan te leren letters worden ondersteunt met klankgebaren. De differentiatie gebeurt o.a. door tijdens
hak- en plak oefeningen alle kinderen te laten meedoen en woorden aan te bieden die aansluiten bij het niveau van het kind. Doordat iedereen meedoet en naar de leerkracht kijkt is direct te zien welk kind moeite heeft
met bepaalde oefeningen. Van het begin af aan wordt er extra hulp geboden en worden de ouders betrokken bij het leren lezen van hun kind. Ouders krijgen instructie over hoe zij thuis kunnen oefenen. Door thuis een logboekje
bij te houden kunnen de ouders en de leerkracht steeds de hulp en extra oefening afstemmen. De hele methode wordt ieder jaar helemaal uitgewerkt, er wordt niets overgeslagen. Soms wordt de verwerking aangepast. Everine maakt bijvoorbeeld minder gebruik van de letterdoos, zij stimuleert kinderen om direct zelf te schrijven. Zo maken kinderen al snel hun eerste verhaaltjes. Door veel aandacht te besteden aan rust in de klas en concentratie van de kinderen, wordt het zelfstandig werken opgebouwd. In het begin van het jaar kunnen de kinderen dit 5 minuten, maar nu lukt het al 25 minuten. Tijdens die werktijd heeft de leerkracht tijd om alle kinderen dagelijks even hardop te horen lezen. Iedere dag wordt een uur besteed aan heldere instructie en verwerking. Daarnaast wordt er vier keer per week in hoeken gewerkt. Hierin is ruimte voor extra oefening en differentiatie, de leerkracht heeft dan tijd om kinderen individueel te begeleiden. Het succesvol leren lezen begint niet pas in groep 3. In groep 1-2 wordt gewerkt met Schatkist en veel gespeeld met letters m.b.v. de lettermuur, de verteldoos en boeken. Daarnaast volgt de school het protocol leesproblemen en dyslexie. Voor ieder kind worden signaleringslijsten ingevuld en in de klas wordt veel aandacht besteed aan fonologische vaardigheden. De lat ligt hoog voor de kinderen, maar het team legt de lat ook hoog voor zichzelf. Dit maakt dat iedereen hard werkt om de (hoog) gestelde doelen te bereiken. En met succes.

Everine heeft suggesties waar andere scholen wellicht profijt van kunnen hebben: 

  • betrek ouders bij het leesproces van hun kind;
  • blijf lang hakken en plakken;
  • ondersteun de letters met gebaren;
  • herhaal veel;
  • houd de groep tijdens de instructie zoveel mogelijk bij elkaar;
  • differentieer door de opdrachten af te stemmen op de mogelijkheden van het kind tijdens de instructie en de verwerking;
  • zorg voor succeservaring;
  • biedt veel structuur en rust;
  • bouw de concentratie van de kinderen op;
  • maak efficiënt gebruik van de tijd. Niet te veel ‘tutten’, het tempo moet hoog liggen;
  • leg de lat voor zowel de kinderen als jezelf hoog;
  • vertrouw erop dat ook deze kinderen goed kunnen leren lezen;
  • zorg vooral dat kinderen plezier in lezen en leren houden.

Wilt u meer informatie of een afspraak maken?
Neem dan contact op met uw contactpersoon of met een van de regiomanagers
Jacqueline Kenter
Wilma van de Venn
Adviseurs in leren & ontwikkeling
Zoek
Nieuwe Aamsestraat 84a
Postbus 198, 6660 AD Elst
T (0481) 43 93 00
F (0481) 37 49 11
post@marant.nl