Tjeu Verstappen. - Frappant 36 oktober 2008
![]()
De Antoniusschool in Beesd werkte in het schooljaar 2007-2008 met drie studieteams (elk 5 à 6 teamleden). Onderwerpen waren: schoolklimaat, schrijfonderwijs, taalonderwijs. Het werken met studieteams is een manier om aan jezelf professionele vragen te stellen en hier samen met collega’s antwoorden op te vinden.
In opdracht van het project Q*Primair is deze studieteamaanpak ontwikkeld. In dit artikel laten wij zien hoe twee basisscholen met de studieteamaanpak aan de slag zijn gegaan en wat dit heeft opgeleverd.
Wat is er goed aan het nieuwe leren?
Moeten we terug naar het oude leren?
Wat hoort tot de kerntaken van de school?
Wat is goed leesonderwijs?
Het zijn allemaal terechte en professionele vragen.
Beoogde opbrengsten van het werken in studieteams
- Leraren leren in groepsverband op een onderzoekende manier antwoorden te zoeken op vragen en knelpunten in hun eigen onderwijspraktijk en het denken in oplossingen even uit te stellen.
- Leraren leren samen te werken.
- Leraren leren verantwoordelijkheid te nemen voor hun eigen professionele ontwikkeling in samenhang met schoolontwikkelings-onderwerpen.
- Leraren leren gerichte vragen te stellen aan experts en onderwijsadviseurs in het zoeken naar antwoorden op hun professionele vragen.
- De schoolleider leert om studieteams op een zelfsturende manier te ondersteunen, te monitoren en te faciliteren.
Je begint er niet zo maar mee
Er moet een aanleiding zijn, voortkomend uit knelpunten of ambities. Twee basisscholen (de Antoniusschool in Beesd, en de Paschalisschool in Wijchen) hadden zo hun eigen motieven om aan een pilot voor het werken met studieteams mee te doen. Bij de ene basisschool wilde het lerarenteam naar meer eigen inbreng en verantwoordelijkheid van de teamleden en naar een andere manier van werkoverleg. Bij de andere basisschool was het team al een tijdje zoekende naar de rode draad in het begeleiden van kinderen in hun sociaal-emotionele ontwikkeling. De schoolontwikkeling werd voorheen sterk aangestuurd door de directie en externe onderwijsadviseurs. De professionele en schoolontwikkeling werd als een ‘moeten’ ervaren en niet als een eigen keuze.
De uitgangspunten bij de studieteamaanpak, de kaderstelling:
- Je werkt in heterogeen samengestelde groepen van 5-6 personen, die affiniteit hebben met het onderwerp en aanvullend naar elkaar kunnen zijn in hun bijdrage (bijvoorbeeld vanuit de teamrollen van Belbin, de bouw waarin ze werkzaam zijn, ervaring en kennis).
- De teams zijn tijdelijk samengesteld voor de duur van de opdracht, maximaal één schooljaar.
- De teams worden vooraf in tijd en budget gefaciliteerd.
- Als startpunt ligt er een vraag of probleem met betrekking tot de kwaliteit van het onderwijs met een te leveren eindopbrengst.
- Het moet geen gesloten opdracht zijn, maar een open opdracht, waarin wat te onderzoeken is en waarin alle studieteamleden eigen inbreng kunnen hebben.
- De opbrengst moet passen binnen de missie en visie van de school of je moet er beredeneerd van af kunnen wijken.
- Er wordt op een onderzoeksmatige manier gewerkt: eerst reflecteren en denken en dan kiezen en doen in een cyclisch leerproces.
- Er wordt een werkmethodiek gehanteerd, waarin een aantal fasen worden onderscheiden (daarover straks meer).
- Naast de inhoud is de samenwerking tussen de studieteamleden ook onderwerp van bespreking.
- Tussentijds vindt er afstemming en communicatie met het hele team plaats.
- De directie vervult een stimulerende monitor- en faciliterende rol, geen inhoudelijk sturende rol.
- Een extern begeleider begeleidt het proces in het eerste jaar, hij/zij onthoudt zich van inhoudelijk advies.Hij heeft een coachende proces rol naar het studieteam en de directie.
De werkmethodiek, cyclisch leren in drie hoofdfasen
Het kenmerkende van de studieteamaanpak is dat niet meteen naar oplossingen wordt gezocht.
Je stelt jezelf eerst een onderzoeksvraag/onderzoeksvragen en dan ga je actief zoeken naar manieren om antwoorden te vinden op de onderzoeksvraag/onderzoeksvragen.
Er kunnen drie hoofdfasen onderscheiden worden in de studieteam-methodiek. In de eerste fase ‘reflectie’ staan de onderzoeksvragen, de opbrengsten en wat je als studieteam aan elkaar te bieden hebt centraal.
Een studieteam, dat naar een rode draad in de begeleiding van sociaal-emotionele ontwikkeling zocht , vroeg zich in dit kader af waarom een aangeschafte methode voor sociaal-emotionele ontwikkeling niet werkte en wat zij belangrijk vonden bij sociaal-emotionele ontwikkeling.
Een studieteam dat het schoolklimaat als onderwerp had begon met de placemat-methode om zicht te krijgen op wat elke teamlid belangrijk vond bij een goed schoolklimaat. Vervolgens wil- de dit studieteam met het hele schoolteam een protocol gaan opstellen voor een grondhouding van alle teamleden en omgangsvormen van en tussen zowel volwassenen als kinderen.
Een studieteam dat naar een methodiek voor schrijfonderwijs zocht liet zich eerst over motorische ontwikkeling informeren door een fysiotherapeute om zicht te krijgen op criteria voor het kiezen van een methodiek voor schrijfonderwijs.
In de tweede fase ga je ‘onderzoek’ doen ga je actief gegevens verzamelen om antwoorden te vinden op jouw onderzoeksvraag/onderzoeksvragen. Hierbij kun je verschillende hulpbronnen gebruiken: literatuur; wetenschappelijk onderzoek, onderwijsmethoden en methodieken; info op internet; gaan kijken en informeren op andere scholen naar ‘good practice’; raadplegen van experts.
Het studieteam ‘sociaal-emotionele ontwikkeling ging verschillende programma’s en methodieken voor sociaal-emotionele ontwikkeling bestuderen. Zij ontdekten dat er zoveel was dat zij een expert wilde inschakelen om ordening aan te brengen en hen te helpen om de teamleden in een studiemiddag te laten ervaren wat zij belangrijk vonden om op basis daarvan keuzes te maken.
Het studieteam ‘schoolklimaat’ heeft met een externe expert twee studiemiddagen verzorgd, waarin alle teamleden individueel een lijst van met van toepassing zijnde schoolcultuurkenmerken invulde, die vervolgens vertaald werden in gedragsregels.
In een tweede studiemiddag werden deze gedragsregels in groepjes besproken aan de hand van de volgende richtvragen: wat zien we hier nu al van; wat zien we nog niet; wat hebben we nodig om dit wel te laten lukken, wel te laten zien?
Het studieteam ‘methodiek schrijfonderwijs’ heeft twee methoden uitgekozen, die aan het hele team zijn voorgelegd en waarmee gedurende een bepaalde periode gewerkt werd.
In de derde hoofdfase ‘verandering’ worden veranderingsvoorstellen en opbrengsten aan het hele schoolteam gepresenteerd en wordt de invoering en borging besproken.
Het studieteam ‘sociaal-emotionele ontwikkeling heeft gekozen voor invoering van het programma ‘de vreedzame school’ vanwege de grondhouding, die daarin van leraren en leerlingen worden gevraagd, en de vaardigheden, die met leerlingen worden geoefend.
Het studieteam ‘schoolklimaat’ heeft een protocol ‘klimaat op onze school’ ontwikkeld.
Twee voorbeelden uit het protocol ‘schooklimaat’:
| Dit is er gezegd | Dit zijn de acties | Deze mensen zijn verantwoordelijk |
| We moeten beter leren omgaan met kritiek | ‘Kritiek’wordt slechts gegeven in de vorm van positieve feedback met als doel de ontwikkeling van de betreffende leerkracht en de ontwikkeling van de school te bevorderen | Alle teamleden |
| Er moet duidelijkheid naar kinderen zijn wanneer zij mogen kiezen/inspraak hebben | De leraar vertelt vóór het starten van een activiteit dat en waarin de leerlingen hun keuze mogen maken | Alle teamleden |
De proces-opbrengsten van de studieteamleden
Naast de genoemde inhoudelijke opbrengsten zijn de proces-opbrengsten, zoals aan het begin van dit artikel genoemd, belangrijk bij de studieteam-methodiek. Uitspraken van de studieteamleden en de directie illustreren dit.
Leraren leren in groepsverband op een onderzoekende manier antwoorden te zoeken op vragen en knelpunten in hun eigen onderwijspraktijk en het denken in oplossingen even uit te stellen.
- ‘Vroeger waren we alleen met het kiezen van methoden bezig, nu veel meer met visie op goed onderwijs’
- ‘Tijd nemen om alle fasen goed te doorlopen’
- ‘Ik vind het wel moeilijk om structuur aan te brengen, dat deed altijd de directeur of iemand van de onderwijsadviesdienst’
Leraren leren samen te werken
- ‘Je leert elkaar beter kennen’
- ‘In een kleine groep is iedereen veel actiever’
- ‘Ik vind het moeilijk om er iets van te zeggen, als iemand zich niet aan de gemaakte afspraken houdt’
Leraren leren verantwoordelijkheid te nemen voor hun eigen professionele ontwikkeling in samenhang met schoolontwikkelings-onderwerpen.
- ‘Stillere mensen krijgen ook een kans’
- ‘Het team accepteert eerder voorstellen, die vanuit het studieteam komen’
- ‘De betrokkenheid van eenieder in een kleine groep is veel groter, je kunt meer de diepte ingaan’
Leraren leren gerichte vragen te stellen aan experts en onderwijsadviseurs in het zoeken naar antwoorden op hun professionele vragen.
- ‘Ik dacht dat we alles zelf moesten doen’
- ‘We hebben een expert nodig, die ons helpt om een studiemiddag op te zetten over opvattingen over sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen en wat wij belangrijk vinden in ons aanbod’
De schoolleider leert om studieteams op een zelfsturende manier te ondersteunen, te monitoren en te faciliteren.
- ‘De directie heeft ons veel ruimte gegeven’
- ‘Voorheen was ik erg initiërend, ik vind het lastig om me er niet mee te bemoeien’
Tjeu Verstappen is werkzaam als senioradviseur kwaliteitszorg bij Marant en heeft meegewerkt aan de pilot voor de studieteamaanpak in opdracht van de projectgroep Q-Primair.
Geraadpleegde literatuur
- Cornelis A.(1999). De vertraagde tijd. Middelburg: Essence.
- Korthagen F en Vasalos A (2006). Kwaliteit van binnenuit als sleutel voor professionele ontwikkeling, lezing op VELON-congres.
- Majoor D. (2006). Sta en Stap, de studieteamaanpak, een project van Q Primair, Den Haag.
- Verstappen M. en Venn v.d W. (2007). Masterclass studieteamaanpak. Marant, Elst.
Zie ook
School aan zet : goede voorbeelden kwaliteitszorg
| Wilt u meer informatie of een afspraak maken? Neem dan contact op met uw contactpersoon of met een van de regiomanagers
|
