Ontmoeten en luisteren, elkaar vinden en aansluiten : Over de overgang PO-VO in Duiven

 

Renske Valk. - Frappant 35 juni 2008

De meeste leerlingen van groep 8 hebben het kamp en de musical wel achter de rug. Misschien nog net tijd voor een dagje proef op het VO? Een klein project op het gebied van Nask? Nask? Ja, natuurkunde-scheikunde. In groep 8 lijkt voldoende gelegenheid om de leerlingen een steuntje in de rug te geven bij hun overstap naar het voortgezet onderwijs. Daar kan een school eigenlijk in groep 7 al mee beginnen en zo onverstandig is dat niet, want de aansluiting tussen PO en VO kan beter. In Duiven is deze aansluiting goed van de grond gekomen; men kent elkaar, informeert elkaar en werkt met elkaar samen. Dat is niet zomaar vanzelf gekomen. Eric Robbers, afdelingsdirecteur BO/VO-project en zorgcoördinatie van het Candea College, geeft een inkijkje.

Met de blijvende zorg rondom voortijdig schoolverlaten, staat ook de aansluiting van het primair onderwijs en het voortgezet onderwijs al enige tijd op de agenda. Die overstap draagt immers in zich een aantal factoren, die risicovol zijn voor de schoolcarrière van leerlingen. Dat kan een niet kloppend advies zijn of een te grote kloof in de pedagogische en didactische aanpak tussen de beide schooltypen. In veel gemeenten heeft men inmiddels wel een overdrachtsprocedure en een overdrachtsformulier, maar onderwijsinhoudelijk aansluiten is weer een andere tak van sport.

Duiven gaat verder met de inhoud
Robbers: “Eigenlijk was er al goed contact over een aantal organisatorische zaken. Er waren afspraken rondom het aannamebeleid, over Cito-scores. Er waren al contacten over en weer over bepaalde leerlingen. Die communicatie verliep zo aardig, dat we besloten de diepte in te gaan. We wilden de start voor de kinderen die bij ons op het Candea kwamen makkelijker maken, de aansluiting tussen de twee werelden verbeteren. Hoe die twee werelden eruit zien? Op de eerste plaats de clichés: van één leerkracht naar 15 vakdocenten, van één lokaal naar 10 lokalen, agenda bijhouden, huiswerk plannen en haasten door de gangen. Maar dat is niet alles. Ook de inhoud van het onderwijs verloopt niet langs doorgaande lijnen. Met name dat laatste, daar is onze aandacht naar uitgegaan. Organisatorisch zijn meestal wel afspraken te maken, maar als het op inhoud aankomt, dan houdt de samenwerking vaak op.”

Hoe heeft Duiven deze uitdaging aangepakt?
Robbers: “De eerste prioriteit was draagvlak vinden. De bovenschoolse bestuurders van de basisscholen in ons voedingsgebied waren van meet af aan enthousiast. We hebben daarna serieus geïnvesteerd in bijeenkomsten voor IB’ers en RT’ers van het PO, mentoren van het VO, ortho’s van het VO, de leerkrachten van groep 7 en 8 en de docenten van de Onderbouw. Bij hen hebben we onze plannen en streefdoelen neergelegd en gevraagd om hun inbreng. We hebben uitdrukkelijk laten blijken, dat er geen sprake was van een dictaat vanuit het VO, dat ieders inbreng van belang was, dat de eigen invloed daarmee groot was. De interesse in elkaar bleek oprecht en gelijkwaardig; het enthousiasme groeide snel. We konden aan de slag.”

Werkgroepen met een eigen verantwoordelijkheid
“We zijn gestart met een aantal werkgroepen, waarin een vertegenwoordiging zat van het Candea College en van de meeste basisscholen. Deze werkgroepen kregen doelstellingen mee, maar hadden zelf de verantwoordelijkheid voor een plan van aanpak. Er zat enige roulatie in het systeem, om ook zoveel mogelijk van elkaar te leren. Zo is er een werkgroep aan de gang gegaan met doorlopende leerlijnen voor de vakken Nederlands, Rekenen/Wiskunde en Engels. De eindtermen PO en begintermen VO zijn zo concreet mogelijk gemaakt, zodat we nu goede afspraken hebben over de beheersing op het gebied van grammatica, rekenkundige bewerkingen, enzovoort. We kennen elkaars verwachtingen en mogelijkheden. Een andere werkgroep heeft uitgezocht welke andere schoolse vaardigheden, competenties, aandachtspunten, etc. kenmerkend zijn voor leerlingen in de verschillende schooltypen. Er zijn leerling-profielen gemaakt, die een grote hulp blijken te zijn bij de advisering van leerlingen. Een werkgroep heeft het thema ‘huiswerk’ opgepakt en gekeken, op welke manier we deze overgang wat vloeiender kunnen maken. In het kader van VTB (Verbreding Techniek Basisonderwijs) zijn doorlopende leerlijnen techniek opgesteld, samen met de HAN. Er loopt een project bij ons in het Technasium, waar basisscholen terecht kunnen. Er is een lessenserie van de VO-vakken, die al in het basisonderwijs gegeven kunnen worden, dat mag ook bij ons op school gebeuren…dwaal ik teveel af?”

Nee, Eric Robbers dwaalt niet teveel af. Het zijn juist deze concrete voorbeelden, die de activiteiten van het Candea College en de basisscholen zo aansprekend maken.

Doorlopende zorglijnen
Ook op het terrein van de zorg is de aansluiting gezocht. Een vaste groep van IB’ers en RT’ers PO en RT’ers en ortho’s VO hebben het eerste jaar gebruikt, om elkaar te leren kennen en om bij elkaar in de keuken te kijken. “Zo kwam men tot de ontdekking, dat de kanjertraining op het PO veel overeenkomsten had met de faalangstreductietrainingen op het VO. In het jaar daarop is men aan de slag gegaan met het aansluiten van RT-lijnen en het zoeken naar maatwerk voor individuele leerlingen. Dat maakte, dat bijvoorbeeld een leerling met dyscalculie in de kaderopleiding (KB) geplaatst kon worden, maar wiskunde mag doen op basisniveau (BB). In dit derde jaar is de groep aan de slag gegaan met de aansluiting dyslectieprotocol PO-VO. Het komt nu ook voor, dat een ortho van het Candea al contact heeft met een leerling en diens ouders uit groep 7. De dynamiek van ‘van elkaar leren’ gaat autonome trekjes vertonen.”

Wat hielp en wat ... niet?
“Nou ja, wat hielp was natuurlijk een flink subsidiebedrag vanuit de beleidsregel ‘Vooruit’ (SenterNovem). Zeker in het begin moet je mensen faciliteren; de kosten gaan voor de baat uit. Inmiddels heeft het project zoveel meerwaarde, dat het verankerd raakt in het eigen beleid.”

Adviezen?
“Volg in ieder geval de spelregels van innoveren; zoek draagvlak, structureer, maar geef ruimte, stel doelen en monitor. Dat laatste vind ik zelf erg belangrijk; meet het effect van wat je doet en stuur tijdig bij. We zijn begonnen met een 0-meting en hebben elk jaar de opbrengsten door middel van vragenlijsten op het netvlies gehouden. In de komende Remediaal heb ik hierover een vrij uitgebreid artikel geschreven.”

Robbers heeft meer adviezen
Stel een hoogwaardige stuurgroep samen. In Duiven zitten ze bij elkaar met de bovenschools managers, drie Candea-directeuren, de directie van Iselinge en van de Pabo in Arnhem, een vertegenwoordiger van de gemeente en van de vakgroep Onderwijskunde van de RU. Betrek er vooral ook stagiaires en studenten bij; zij kunnen zeer nuttige taken uitvoeren in ontwikkeling van producten en in het doen van onderzoekjes. Dat is voor hen zinvol in verband met hun studie en voor de projecten heel bruikbaar. Neem voldoende tijd voor de start; een zorgvuldig geplande start, waarbij goed is nagedacht over alle ins-en-outs, is goud waard. Robbers: “Start samen en sluit steeds samen af. We doen dat met gezamenlijke conferenties aan het begin van het jaar en slotbijeenkomsten aan het einde van het jaar. We delen dan de opbrengsten en toekomstplannen en houden met elkaar contact. Heel belangrijk”.Een laatste belangrijke tip is de manier van communiceren. “Zorg voor een zorgvuldige informatievoorziening. Kies de juiste woorden, overvoer mensen niet, maar zorg wel voor voldoende en regelmatige toevoer. We geven een nieuwsbrief uit en hebben een eigen BO/VO-website (bovo.candea.nl).”

Marant begeleidt scholen die werk maken van de overgang van primair naar voortgezet onderwijs. Marant levert experts, bijvoorbeeld als het in de brugklas noodzakelijk blijkt om nog te werken aan basisvaardigheden taal en rekenen/wiskunde. Marant ondersteunt bij de afstemming van dyslexieprotocollen PO en VO. Ook treden Marant adviseurs op als procesbegeleider in projecten die tot doel hebben de relatie tussen scholen po en scholen VO in de steigers te zetten of te verstevigen. Wilt u uw mogelijkheden of wensen tegen het licht houden, neemt u dan contact op met Marant, Jacqueline Goedhart of Joost van Berkel.

Wilt u meer informatie of een afspraak maken?
Neem dan contact op met uw contactpersoon of met een van de regiomanagers
Jacqueline Kenter
Wilma van de Venn
Adviseurs in leren & ontwikkeling
Zoek
Nieuwe Aamsestraat 84a
Postbus 198, 6660 AD Elst
T (0481) 43 93 00
F (0481) 37 49 11
post@marant.nl